Sebastiaan J. Bitterzoet, hoofdredacteur van Cyniclown Magazine, spreekt uit ervaring: “Toen ik in de achtste maand gehaald moest worden, woog ik al elf pond. Vele jaren later nam het groot en fors zijn, evenals de reacties daarop, vormen aan die ik niet als traumatisch, maar slechts als minder leuk betiteld heb. Toen mij tussen neus en lippen door gevraagd werd of ik wellicht afgekeurd was voor militaire dienstplicht omdat ze geen pantservoertuigen in mijn maat hadden, twijfelde ik zelfs nog tussen een grijns of een glimlach. Na het steeds meer zichtbaar worden van mijn genetische aanleg voor vetzucht, waardoor ik gekscherend otesiBas werd genoemd, kon ik nog steeds lachen, maar was dat voornamelijk vanwege de prachtige woordspeling. Vanaf het moment echter dat er geen kleding en schoeisel meer voor me te vinden was, behalve in een beperkt aantal speciaalzaken en dan ook alleen nog in de kleuren bruin, bruin en nog eens bruin baalde ik best al wel een beetje. Maar het voorstel van mijn neuroloog, toen zelfs de M.R.I.-tunnel te klein bleek, om maar even tussen de neushoorns, nijlpaarden en andere flinke jongens in de wachtkamer van een dierenkliniek plaats te nemen, was niet echt meer grappig, behalve dan weer op feestjes, waar het op passende wijze de meest dikke lol en vette ongein opleverde!”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.