Sebastiaan J. Bitterzoet is liever eerlijk dan sociaal. Is hij hierdoor iemand die vaker in extreme situaties verzeild raakt? Of hebben we uiteindelijk  te maken met een dolende vijftiger die de weg kwijt is?
Als je diepgewortelde opvattingen van tafel veegt, heilige huisjes omver werpt, de maatschappij een terminale patiënt noemt en jezelf opwaardeert onder het motto: “als hij al bestaat ben ik geschapen naar zijn evenbeeld, dus gelijkwaardig”, dan is gerede twijfel terecht. Ben je bijzonder, of compleet gestoord!

Vrienden hadden hem naar aanleiding van zijn levensloop, de eerste dertig jaar als losbandige muzikant in de Achterhoek en vanaf 1991 als leraar en zelfstandige op de Godvrezende Veluwe, zijn afwijkende visies en al het ongebruikelijke dat ze met hem hadden meegemaakt al vaker geadviseerd een boek te schrijven.

De aanvankelijk nog zo vermakelijke ellende maakt echter plaats voor een niet aflatende reeks ingrijpende gebeurtenissen in zijn bestaan. Terwijl seks, drugs en rock & roll tot 1991 prettige bijkomstigheden waren gebleken, eisen verraad, bedrog, dood en verderf de laatste twee decennia meedogenloos hun tol.
Als zijn arts hem na een waarschuwende situatie aanraadt om het een en ander van zich af te schrijven en hij door psychische eenzaamheid de jeukende drang voelt om zijn verhaal te kunnen doen, is het dan zover.

Op een openhartige, luchtige en cynische manier, worden waarbeleefde gebeurtenissen aan de kaak gesteld, waarbij pieken en dalen van humor en verdriet, woede en passie, schaamte en brutaliteit, liefde
en seks, wetenschap en religie onlosmakelijk met elkaar worden verweven, of definitief uit elkaar gereten.

“Een Ietwat Onfortuinlijke Schepping!”  Eerste druk 2016, tweede herziene druk 2021 , 432 pagina’s   ISBN: 978-90-9033959-7

Bestel via Cyniclowns en betaal slechts 14,95 inclusief verzendkosten.

 

 

De eerste 400 woorden uit het boek:

“Plotsklaps werd het heel erg onrustig in mijn borstkas. Alsof een joekel van een mol een nog grotere tunnel aan het graven was, terwijl daar normaalgesproken mijn hart als gangmaker dienstdeed. Ik raakte in paniek, schoot overeind en drukte een duim op mijn halsslagader. Uit dit ritme kon ik, zelfs als ooit succesvol muzikant, niets meer wijs worden en ook de intensiteit van de afzonderlijke hartslagen was zo extreem zwak of heftig, dat ik me er maar gauw weer bij neerlegde. Het zweet brak me uit, ik werd misselijk, begon te duizelen, kreeg een kurkdroge mond, moest kotsen, piesen en poepen tegelijk en wist het eigenlijk ook vrijwel meteen zeker. Ik lag dood te gaan. Hier en nu, in mijn eigenste bedje en nog wel op mijn vrije maandagmiddag!

Een amper te omschrijven onbehaaglijkheid kroop gestaag vanaf mijn voeten naar mijn kruin, alsof mijn lijf een groot gebrek aan suiker had. Met de allesverlammende angst die daarna toesloeg, kwam er echter ook een berustende vrede over me heen. Ik keek dus maar eens gastvrij de kamer rond om te zien of
er al gedaantes verschenen waren die me kwamen halen, zoals die er ook bij mijn moeder waren geweest, maar ik verzoop niet alleen in het zweet, maar nog meer
in kille eenzaamheid. Zelfs de veelbesproken tunnel, met aan het eind dat mooie licht, bleef uit toen ik mijn ogen uit teleurstelling weer had gesloten.
Mijn hoofd verlangde naar rust en aangezien mijn hart nog steeds niet van ophouden wist, verwachtte ik dan ook dat ik elk moment tegen het plafond zou zweven, om van daar op mijn moegestreden, dode lichaam neer te kijken. Maar zelfs die kick was me verdomme niet gegund!
Ik werd pissig. Het zou toch niet zo zijn dat ik domweg insliep zonder ook maar één van al die beloofde spectaculaire ervaringen mee te maken? Ligt mijn hart hier tot bezwijken toe te keer te gaan om uiteindelijk alleen maar zwaar teleurstellend te mogen constateren dat zelfs ook de praktijk van het sterven één grote fakebende is?
In mijn nu al ruim een halve eeuw durende zoektocht naar zinvolle argumenten voor een verder totaal zinloos leven, we gaan immers toch weer dood, was het bereiken van onsterfelijkheid tot nog toe het enige zinnige gebleken. Dat was namelijk niet alleen de drijfveer waardoor mensen heel erg fantasierijk werden, maar waardoor ze vooral ook in andermans sprookjes gingen geloven.

Recensie:

Sebastiaan J. Bitterzoet is anders. Niet unieker, niet beter of slechter, maar anders! Vanaf zijn geboorte kiest hij al voor afwijkende afslagen op zijn levensweg. Bruggen die hij slaat over diepe dalen rusten allen op vier pijlers: hoogbegaafdheid, een fors empathisch vermogen, een sterk ontwikkeld zesde zintuig en een gezonde dosis positieve energie. Deze fundamenten confronteren hem echter ook met prikkels die de doorsnee mens normaalgesproken niet tegenkomt, waardoor ongeloof, onbegrip, afwijzing en zelfs uitsluiting schering en inslag zijn. Hij voelt zich hierdoor gedwongen om zich te verklaren, ondanks dat hij weet dat zwijgen beter is, omdat handelen met voorkennis je in alle gevallen de kop kost. Maar dat kan hij niet. Hij is liever eerlijk dan sociaal.

Veranderingen, transities en make-overs komen in 2012 net lekker, op dus om al zijn bierkaaien in één klap te verslaan, grijpt hij naar het enige alom bewezen middel om de wereld te bereiken en begint aan het schrijven van een nieuwe Bijbel. Deze Bijbel, over een ietwat ongewone man die zijn wereld vorm probeert te geven in een extreem veranderende maatschappij, moet echter zoveel Heren dienen, dat het aanvankelijk nog zo onschuldig bedoelde autobiografische verhaal al snel begint te lijken op de wordingsgeschiedenis van een bizarre en zelfs fictieve wereld. Getergd door afbrokkelende zekerheden uit het verleden, venijnige rampspoed uit het heden en de individuele, zelfzuchtige maatschappij van de toekomst, dreigt hij in een spagaat tussen wal en schip te geraken.
Toch blijft hij volharden om deze schepping volgens zijn ingevingen en spiritualiteit, getoetst aan wetenschappelijke en religieuze maatstaven, te volbrengen.

Op een soms kinderlijk openhartige, maar luchtige en cynische manier, worden waarbeleefde gebeurtenissen en impasses aan de kaak gesteld, waarbij pieken en dalen van humor en verdriet, woede en passie, schaamte en brutaliteit, liefde en seks, wetenschap en religie onlosmakelijk met elkaar worden verweven, of definitief uit elkaar worden gereten.

Is er in deze uitgebreide biecht sprake van een zieke geest in een nog ziekere wereld, of ontstaat dit beeld slechts in het hoofd van de andersdenkende lezer?
Dit diepgaande en dynamische verhaal sleurt de lezer mee in een emotionele achtbaan door een waarheidsgetrouwe, maar absurde wereld, waarbij de beslissing om de hele rit uit te zitten of vroegtijdig af te haken, zal worden bepaald door de bevestigende herkenning of de ontkennende schaamte van de lezer. Ontroerend bizar, taboeloos oprecht en in al zijn complexe simpelheid een innemend open boek.

Adriaan H.D. Deesem4